Een mogelijke behandeling bij vaginisme is exposure. Als een vrouw kan ervaren dat penetratie niet pijnlijk hoeft te zijn, kan de vicieuze cirkel van mislukte of pijnlijke poging -> catastrofale gedachte -> angst voor pijn of penetratie -> bekkenbodemspierspanning doorbroken worden.

Het doorbreken van deze cirkel gebeurt doordat de vaginistische vrouw haar eigen vinger of staafjes, onder begeleiding, bij zichzelf inbrengt. De verschillende staafjes hebben een oplopende diameter, met uiteindelijk de dikte van een penis.

De partner wordt ook bij de behandeling betrokken, immers, hij draait als het ware ook mee in de vicieuze cirkel en ook de partner moet leren om de vermijding te doorbreken. In de thuissituatie kan de partner een begeleidende rol op zich nemen bij het oefenen met een vinger of staafje.

In studies naar het effect van deze behandeling is gebleken dat negen van de tien deelnemende paren na zes weken gemeenschap konden hebben. Vijf van de negen vrouwen hadden gemeenschap binnen een week na de start van de behandeling, er zijn zelfs studies geweest waarin 80% van de paren gemeenschap hadden in de eerste week na de start van de behandeling.